This Land:
Conclusie

Previous Land:
Disneyficatie van Architectuur en Stedenbouw in Nederland

Next Land:
Bronnen

Back to the Hub

Conclusie

Aan het eind van de scriptie gekomen, dient de vraagstelling beantwoord te worden. "Gaat de ‘Global Disneyfication’ gepaard met nieuwe stedelijke principes van openbare ruimte en publieke architectuur en wat heeft dat te betekenen voor de functie en vorm?" Het blijkt dat Disneyficatie een fenomeen is dat zich heeft ontwikkeld uit de ideeën van Walt Disney en Disney Incorporated, het bedrijf dat na Walt’s dood in 1966 Disneys beleid doorvoerde. Het is duidelijk geworden dat het etiket ‘Disneyficatie’ van toepassing is op alle omgevingen die, net als Disneyparken, veilig zijn, waar de bezoeker vermaakt wordt, er geen onplezierige gebeurtenissen plaatsvinden en alles gesaneerd is. Dit concept kan op soortgelijke plaatsen buiten de themaparken bestaan, onder de noemer Disneyficatie of gedisneyficeerde omgevingen. Het concept is tot fenomeen geworden en in de huidige ‘Global Informational City’ kunnen we er niet meer omheen. Het themaparkontwerp staat, zoals uit voorgaande hoofdstukken is gebleken, tegenwoordig model voor steden en commerciële projecten. Op vele plaatsen treffen we dezelfde vormen van spektakel, consumptie en permanente controle aan, zoals restaurantketens, gigantische winkelcentra en gemoderniseerde stadscentra. Zowel Disneys als alle daarop geënte projecten, hebben als gemeenschappelijk doel om de bezoeker het gevoel te geven even weg te zijn van het dagelijks leven en aan te zetten tot consumptie. Een ontwikkeling die zich in snel tempo verspreidt waardoor er steeds minder ruimte is voor andere waarden, normen en lokale culturele tradities. De nadruk wordt binnen de scriptie gelegd op Disneyficatie van architectuur in Noord-Amerika en Europa. De thematisch opgezette fantasie-architectuur en het controle- en organisatieconcept heeft uiteindelijk geleid tot een ‘Global Experience Design’. Geconstateerd kan worden dat opdrachtgevers tegenwoordig veelal vanuit een Disneyvisie denken waarbinnen architecten als gevolg daarvan ontwerpen creëren waarbij consumptie de vorm leidt en niet de functie. Mondiaal verandert de woon- werk- en leefomgeving geleidelijk aan tot een themapark, nu consumptie de belangrijkste economische factor is. Dit is terug te zien in vakantieoorden, hotels, stations, vliegvelden, restaurants en gemoderniseerde winkel- en stadscentra. De context, het totaal, is belangrijker dan het object zelf en daar hoort een optimale ervaring bij: een volmaakt verblijf in een perfect georganiseerde wereld met het publiek als acteur. Visuele consumptie en gecentraliseerde structuren van economische macht beheersen nu totaal de collectieve fantasie. Ruimten lijken openbaar, maar ondertussen zijn ze streng gecontroleerd en hebben ze beperkte of zelfs exclusieve toegang. (Canary Wharf, Metreon, Beurstraverse, 42nd Street, New York en alle andere ‘publieke’ ruimten waar permanente videobewaking is). Het zijn ruimten voor collectief gebruik, maar tevens privé-terrein, ontworpen voor de ontwikkeling van productieve activiteiten, zoals winkelen en andere vormen van vrije tijdsbesteding. Zoals uit onderzoek naar de opzet van Disneys parken blijkt, zijn de nieuwe publieke ruimtes kopieën van Disneys pretparken en voldoen ze steeds aan dezelfde eisen. Kleurrijke en schone vermaak architectuur, interpretaties van historische architectuur, consumptie als hoofddrijfveer (winkelen en eten), privé wetten en politie, speciale gedrag- en kledingcodes voor de werknemers en permanente controle en surveillance. Hieruit wordt nog eens verduidelijkt dat Disneys concept voor publieke ruimte en architectuur diep doorgedrongen is in de wereld buiten de themaparken. Middels geruststellende, belevingsarchitectuur wordt de bezoeker aangezet tot consumeren in een ‘publieke’ ruimte die door het multinationale bedrijfleven gecontroleerd is.

Uit deze scriptie zijn twee modellen naar voren gekomen van gedisneyficeerde architectuur, te weten het Amerikaanse en Nederlandse model. Beide vormen van gedisneyficeerde projecten komen voort uit de ideeën die uit het brein van Walt Disney zijn ontsproten voor zijn themaparken en met name zijn plannen voor de ideale Amerikaanse samenleving c.q. stad in zijn ontwerpen voor EPCOT / Project X. Hoewel de Amerikaanse gedisneyficeerde projecten een stapje dichterbij de bron staan dan de Nederlandse projecten, vertonen ze nauwelijks verschillen. Dit komt doordat de wereld kleiner wordt en de tastbare grenzen niet meer een leidende rol spelen, want de nieuwe media ofwel de ‘Global Informational City’ zorgt ervoor dat informatie in een flits over de hele wereld verspreid wordt. Tevens zijn de financiers van projecten internationaal opererende bedrijven die wereldwijd hun stempel op gebouwen en projecten drukken (Sony, Nike, Disney Inc.) De twee modellen zijn beide interessante nieuwe stedebouwkundige ontwerpen die veel invloed hebben op de inrichting van de openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld bij ziekenhuizen, pompstations, vliegvelden, supermarkten, stadswijken met als ultiem voorbeeld de modelgemeenschap Celebration die zich dertig kilometer ten zuiden van Orlando Florida bevindt, vlakbij Disneyworld.

Disney Company is eigenaar van het modeldorp Celebration, waar schoonheid, orde, rust en regelmaat heersen en waar iedereen elkaar in de gaten houdt. Het idee van Walt Disney voor een ideale stad dat als voorbeeld voor de hele natie zou moeten gelden, had hij tot uiting willen brengen in EPCOT. EPCOT werd themapark maar het idee van de ideale stad bleef bestaan en werd herboren in de jaren negentig, niet als futuristische modelstad, maar met een blik op het verleden. De architectuur van Celebration is nostalgisch en er is geprobeerd de uitstraling van een ouderwets dorp te creëren waar de huizen in ‘historische’ stijlen zijn opgetrokken en waar bewoners zich veilig en geborgen voelen. (Zie fig. 82). De meeste grote gebouwen in het centrum zijn ontworpen door postmoderne architecten. Cesar Pelli ontwierp een art-deco bioscoop (Zie fig. 83), Robert Venturi een klassiek bankgebouw, Charles Moore het makelaarskantoor van Celebration.

Figuur 82, 83. Celebration architectuur met alleen witte raambedeking. Rechts de bioscoop van C. Pelli.

Het stratenpatroon is ook historisch verantwoord en ontworpen door de New Yorkse architect Robert Stern die zijn inspiratie van klassieke Amerikaanse stadjes haalde. Wonen, werken en recreëren zijn bij elkaar gebracht en de bebouwing is compact en gevarieerd om op die manier een ouderwets dorpsgevoel te bewerkstelligen waar de mensen zich thuis voelen en er geen negatieve dingen gebeuren. Echte problemen lijken er niet te zijn, eenvoudigweg omdat ze buitengesloten worden. ‘The Disneys Porch Police’ is het orgaan binnen de gemeenschap die de ‘rules en regulations’ bepaalt, dat wil zeggen de voorschriften die bedoeld zijn om het uniforme aanzicht van het dorp te bewaren. Zij bepaalt o.a. wat de bewoners wel en niet met hun huizen mogen doen, hetgeen in het absurde is doorgevoerd. De bewoners mogen bijvoorbeeld geen was buiten hangen, geen antenne op het dak plaatsen, geen posters van politieke partijen voor de ramen hangen of ‘for sale’ bordjes in de tuin planten, auto’s mogen niet langer dan twee dagen op dezelfde plek geparkeerd staan en campers zijn strikt verboden. Er is vastgelegd in welke kleur de bewoners hun huizen mogen verven, hoe hoog de heg en het hekwerk mogen zijn, welke soort planten, inclusief welk soort gras men in de tuin mag zetten en het enige waarmee ramen mee bedekt mogen worden zijn witte gordijnen. De straten worden elke dag geveegd en de boombladeren die op straat liggen weggeblazen. Het uiterlijk van Celebration is plastic, niet alleen doordat alles kunstmatig geregeld wordt, maar ook doordat de huizen voor een groot deel uit plastic bestaan. Alles wat op hout of plastic lijkt, blijkt kunststof te zijn, zoals de decoratieve luiken die naast de ramen hangen, de tuinhekjes en de zelfs de huizen. Echt hout zou toch alleen maar wegrotten in het vochtige klimaat van Florida, en dat zou voor rommel en een verloederd uiterlijk zorgen. The Disney Company omschrijft Celebration als "the destination your soul has been searching for". (Zie fig. 84).

Figuur 84. Celebration School met elke maand een ‘Word of the Month’.

Inmiddels zijn er steeds meer auteurs die zich over Disneys fenomeen ‘Celebration’ buigen. Andrew Ross schreef Celebration Chronicles: Life, Liberty and the Pursuit of Property Values in Disneys New Town, en Douglas Frantz & Catherine Collins publiceerden Celebration U.S.A.: Living in Disneys Brave New Town, beide in 1999. (Zie fig. 85, 86).

Figuur 85, 86. Publicaties verschenen over Disneys Celebration.

Er zijn vele voorbeelden van Disneyficatie ofwel Postmoderne architectuur aangehaald in deze scriptie met hoogtepunt modelgemeenschap Celebration en ondanks dat het fenomeen zich niet alleen in Noord-Amerika blijkt voor te doen, wordt daar wel de meeste aandacht aan besteed door architectuurhistorici. In Hoofdstuk 2 werden de meningen van de Amerikaanse architectuurhistorici Ghirardo en Mc Leod besproken. Beide zijn niet erg positief over de formele ontwikkelingen van de postmoderne architectuur. Ghirardo beschrijft het als een totale afschrikwekkende ramp. Mc Leod is minder negatief en probeert de humane intentie van de architecten te begrijpen. De formele uitwerking echter, beschrijven zij sterk overeenkomstig. Zij zien de postmoderne architectuur als historiserend vormencircus dat ontworpen is middels schaalvergroting, nieuwe kunststof materialen en opvallend kleurgebruik. Volgens Ghirardo mondt dit uit in nietszeggende, context ongebonden theaterarchitectuur en volgens Mc Leod in classicistische Disneyland architectuur. Ondanks dat vele auteurs en critici de totaal in de maatschappij doorgedrongen Disneyficatie constateren, zijn er echter weinig die het verschijnsel binnen de architectuurgeschiedenis analyseren. De aandacht van de meeste auteurs gaat uit naar de Disneyficatie en postmoderne verschijnselen in literatuur, film, dans, filosofie, media en consumptie. De verschillende zoekmachines op internet brengen meer artikelen over het verschijnsel Disneyficatie, zo’n 2000 resultaten brengen de surfer naar Disneyficatie binnen geschiedenis, verhalen vertellen, natuur, themaparken, levenstijlen, consumptie en veel meer. Algemeen wordt er door vele bronnen geconstateerd dat Disneyficatie in de huidige samenleving doorsijpelt, maar in de architectuurgeschiedenis is er weinig over gepubliceerd. De weinige critici die wel aandacht aan de Disneyficatie binnen de architectuur hebben besteed zijn weinig lovend, zoals de Amerikaanse Mc Leod en Ghirardo. Nederlandse architectuurcritici hebben nauwelijks aandacht besteed aan het fenomeen, ondanks dat het ook in Nederland steeds grotere vormen aanneemt en overal is terug te vinden. (Verwenplein Albert Heijn, ShowBizzCity, Schiphol Airportcity, CenterParcs, Koopgoot, Megastores). Uit hoofdstuk 4 blijkt dat Nederlanders, net als Amerikanen, vermaakt willen worden en het liefst belevenissen consumeren, maar over architectuur wijdt ook Vrije Tijdswetenschapper, Hans Mommaas, niet uit. Opvallend is dat zijn rapport heel informatief en constaterend is in plaats van aanvallend en afwijzend, zoals de analyses van de Amerikaanse wetenschappers Mc Leod en Ghirardo.

Ofschoon Disneys ontwerpen en dat van de gebruikers van zijn concept langzaamaan gemeengoed worden bij het grote publiek, projectontwikkelaars en stedenbouwbeleidsmedewerkers, worden zij veelal veracht door architectuurcritici. Zij beschuldigen de ontwerpers van parodiëren op traditionele openbare ruimten en de vitaliteit van gemeenschappelijke ervaringen. Ghirardo en Mc Leod hebben, zoals eerder beschreven ook niet veel positiefs te melden over de postmoderne architecturale verschijningsvorm. De over gedecoreerde en geproportioneerde architectuur blijkt veelal niet over te komen bij het grote publiek als architectuur met een ‘boodschap’. De grote massa vindt het alleen prettig vermaakt te worden in een wereld waarin hij /zij de hoofdrol lijkt te spelen. De steden van het derde millennium hebben multifunctionele kernen met alle voorzieningen van een ‘echte’ stad: commercie, woongebieden, entertainment en business. Ze zijn met elkaar verbonden door de nieuwe vormen van postmoderne, narratieve architectuur en stedenbouw. Deze nieuwe vorm van gedisneyficeerde architectuur en stedenbouw geleid door commercie zal nog lang onderwerp van discussie blijven alvorens zij geaccepteerd zal worden door architectuurcritici. Aanbevelingswaardig voor verder onderzoek is de Disneyficatie in Nederland. Een gedegen analyse naar eigenschappen, gevolgen en de eigenlijke architecturale verschijningsvormen evenals de stedebouwkundige context. Dergelijk onderzoek ontbreekt want alle aandacht en onderzoek naar postmoderne architectuur en stedebouw is steeds uitgegaan naar de Amerikaanse voorbeelden door dito wetenschappers. Al met al is Disneyficatie inderdaad een wereldwijd verschijnsel gebleken dat in vele disciplines opduikt. Wat architectuur en stedebouw betreft, hebben we het fenomeen terug kunnen zien in zowel Noord-Amerika als Europa (en ook in Azië). Disneyficatie, het proces waarbij de werkelijke fysieke wereld wordt getransformeerd in een veilige, gesaneerde, vermakelijke, voorspelbare maar tegelijkertijd winstgevende hyper realiteit, zorgt zonder twijfel voor nieuwe stedebouwkundige principes van publieke ruimte en publieke architectuur. Het doel dat de leidinghebbende multinationals nastreven middels gedisneyficeerde architectuur en stedebouw is de bezoeker de realiteit even te laten ontvluchten en simpelweg plezier te laten beleven waardoor men met een glimlach consumeert. Er valt duidelijk te constateren dat de architectuur- en stedebouwprincipes overgenomen zijn van Walt Disneys concepten en ideeën over de ideale stad. Drie ‘toverwoorden’ zorgen voor de succesformule: spektakel, consumptie en permanente controle.