This Land:
Geschiedenis van Disneys leven en themaparken

Places in this Land:
Disneys Levensverhaal
Ontstaan Eerste Themapark
De Universele Beeldtaal
De Ideale Stad
Vermaak-Architectuur
Progress City
EPCOT / Project X
Architecten Jet-Set

Previous Land:
Inleiding

Next Land:
Disneyficatie in de moderne samenleving en hedendaagse Westerse architectuur..

Back to the Hub

1.2 Ontstaan eerste Themapark in Anaheim, Californië

In de voorafgaande paragraaf is Walt Disneys levensloop in het kort gekenschetst. Veel meer over de persoon Disney is er niet in de bronnen terug te vinden en is ook niet noodzakelijk voor deze scriptie. De korte biografie laat zien wat voor leven Walt Disney heeft gehad en gebeurtenissen die belangrijk voor hem waren c.q. die hem hebben gevormd. Met een idee over wat voor persoon Walt Disney was en wat hij in zijn leven meemaakte, is zijn droom van het creëren van een ideale stad interessanter en begrijpelijker. In deze paragraaf komt de ontstaansgeschiedenis van het eerste themapark in Anaheim aan de orde. Het park vormde het begin van een groot Disney imperium. Bij het schrijven van deze scriptie bestaan er inmiddels een vijftal Disney themaparken: Disneyland, Anaheim, Californië (1955); Disneyworld, Orlando, Florida (1971); EPCOT, Orlando, Florida (1981); Tokyo Disneyland, Japan (1983) en EuroDisney, Parijs (1992). Tevens is er een floriserend nieuw Disney Instituut vlakbij Disneyworld, Orlando, Florida gebouwd: ‘Celebration’, een echte stad waar de bewoners huizen kunnen kopen en waar Walt Disneys urbane utopie geleefd wordt: een schone stad zonder problemen. Uit voorgaande bleek al dat Walt Disney in de eerste instantie een tekenaar en (teken) filmproducent was. Het leuke van animatie vond Walt dat de wereld geperfectioneerd kon worden. Hij kon datgene ontwerpen wat hij wilde en had alle controle over die gecreëerde werkelijkheid. Na het maken van vele twee dimensionale tekenfilms wilde hij het twee dimensionale verhaal vertalen in iets tastbaars, drie dimensionaals. De eerste stap op weg naar een grotere realiteit was het maken van de film: ‘Reluctant Dragon’ in 1941 waarin echte mensen in een auto door het landschap van L.A. reden. Walt wilde nog verder gaan met werken aan de perfecte realiteit en begon met zijn eigen studio in Burbank, een stuk grond in L.A. (Zie fig. 2).

Figuur 2. Burbank Studios, Los Angeles, 1930. Gebouwen zijn nu nog in gebruik.

Hij wilde daar de ideale plek van maken waar nooit iets fout zou gaan, met zichzelf aan het hoofd als stuurman van de organisatie. Zijn studio was de visuele manifestatie van alles wat Walt tot dan toe had bereikt en om die reden besloot hij geen professionele architecten in te huren voor de verbouwing van de studio, maar alles zelf in de hand te houden. Gerenommeerde architecten zouden te veel hun eigen artistieke persoonlijkheid aan een gebouw opdringen volgens Walt. In 1939 begon hij een ontwerpeenheid in zijn eigen huis om aan een meesterplan te werken. Het bouwen vatte hij op als een soort animatieproces dat via tekeningen in film (hier: de realiteit) omgezet diende te worden. Walt werkte niet helemaal alleen, maar met een heel team van artdirectors die zich bezig hielden met het ontwerpen van een heel ondergronds netwerk van stratenpatronen, net als op de filmset. Walt vond het belangrijk dat er een grote mate van comfort werd nagestreefd, niet alleen in bereikbaarheid binnen de studio maar ook in de persoonlijke werksfeer van iedere werknemer. Dit loste hij op door een grote mate van luxueuze snufjes te introduceren op de werkvloer zoals optimale verlichting, elk kantoor verstelbare ramen, goed functionerend airconditioning systeem, lage bureaus, sofa’s, vliegtuigstoelen en alles in prettige warme kleuren. Hiermee hoopte Walt een vriendelijke informele werksfeer te verwezenlijken voor het welzijn van zijn medewerkers. Erg industrieel efficiënt was zijn ontwerppraktijk niet, maar wel van een nieuw soort: een campusachtig Utopia met luxueuzere meubels dan elk ander bedrijf. Een ander opmerkelijk verschil met andere bedrijven was dat Walt geen auto’s op zijn studio terrein duldde, die moesten geparkeerd buiten de poort van de studio. Alles zou gericht moeten zijn op de voetganger dus dienden de afstanden tussen de verschillende gebouwen beloopbaar te zijn. Al met al zou Burbank studio een werkers paradijs moeten worden waar iedereen blij en productief zou zijn. Deze aanpak is een belangrijke voorloper geweest voor de creatie van Disneyland, waar Walt een soortgelijke visie op nahield. Comfort, luxe en geen auto’s: alles voor het welzijn van de bezoeker! Helaas konden Walt en Roy de werknemers jarenlang geen salarisverhogingen geven, omdat de bouw van Studio Utopia te veel kosten met zich mee had gebracht. Dit leidde tot frustratie bij de werknemers en tot wrijving binnen het bedrijf. Walt kreeg een zenuwinzinking want zijn realiteit waar nooit iets mis zou mogen gaan, was in zijn ogen mislukt. Hij ging zich op doktersadvies bezighouden met zijn hobby: miniatuur treintjes. In 1950 had Walt een heel spoorwegstelsel in zijn tuin aangelegd met een locomotief en een heel stel wagons. De miniatuurtreintjes had hij tenminste wel helemaal zelf onder controle! (Zie fig. 3).

Figuur 3. Walt Disney test zijn treintje in de tuin van de Burbank Studio, 1951.

`Walt’s voorliefde voor miniatuur treintjes kwam voort uit twee fairs: New York en San Franciso beide in 1939. Dit waren de eerste fairs na de economische depressie die instant steden in miniatuur toonden en in tegenstelling tot voorgaande fairs meer op de toekomst gericht waren en minder op het inheemse. Het is niet zeker dat Walt de fair in New York heeft bezocht, maar hij is zeker naar de ‘Golden Gate International Exposition’ in San Francisco geweest. Deze expositie was minder futuristisch dan in New York en liet meer een mix van verschillende culturen zien waarbij de architectuur feestelijk en fantastisch was: kastelen, paleizen, torens en koepels en als centrum een grote raket. Daarnaast waren er modelwoningen te zien en miniatuur interieurs, alles in speelgoed formaat. Ondanks dat de modelwoningen populair waren, werden de Californische harten gestolen door de Thorne Miniature Rooms. Dit was een soort combinatie tussen een poppenhuis en een kijkdoos waarin zeer gedetailleerd handgemaakte stijlkamers van rond 1900 werden getoond. (Zie fig. 4).

Figuur 4. Narcissa Thorne, 1932 – 1937, Amerikaanse Federale Eetkamer, Collectie

Phoenix Art Museum, USA.

De passie voor het miniatuurinterieur was bij alle leeftijden en milieus een succes. Men was vooral onder de indruk van het vakmanschap en het feit dat alles tot in de kleinste details was uitgewerkt. Dit stond in schril contrast met contemporaine interieurs, ingericht met massaproductie meubels waarin de meeste mensen woonden. De passie voor miniatuur was nostalgie op minischaal. Walt was net als alle andere bezoekers van de fair erg geraakt door de miniaturen en begon ze direct te verzamelen. Hetgeen hem het meeste aansprak was de gedetailleerdheid en de nostalgie die hem terugvoerde naar zijn jeugdherinneringen van de familie boerderij waar hij woonde in Marceline, Missouri. Ondanks zijn enorme enthousiasme was er iets dat hem tegen stond bij de miniatuur interieurs: je kon niet zelf deelnemen aan het spektakel. Het was meer een podium zoals bij theater, een perfect schouwspel waar je als kijker van buitengesloten werd. Ofwel een driedimensionaal interieur dat charmeerde, betoverde en een verhaal vertelde maar waarbij de toeschouwer geen deelnemer was. Dit zette Walt Disney aan het denken.

Onderwijl liep de tekenfilm business in Burbank door en kreeg Walt brieven van kinderen uit het hele land om eens te mogen komen kijken waar Mickey Mouse woonde. Tours achter de schermen leken hem veel te saai want de kinderen zouden alleen de technologieën zien die schuilgaan achter de animaties. Hij speelde met een andere gedachte voor een nieuw concept voor een jeugdpark in 1951. Hij wilde iets anders creëren dan de bestaande pretparken, een park met een trein, fluit en kleine conducteurwagens waarin de kinderen zelf deel uit konden maken van de attractie.

Walt nodigde zijn beste art directors en tekenaars uit om mee te denken aan een nieuw concept dat ‘Disneyland’ moest gaan heten. In 1952 bevonden zij zich in een bedrijf dat ‘Walt Disney Incorperated’ heette en al snel veranderde in ‘WED’ (Walter Eliot Disney) om uit te groeien tot ‘Walt Disney Imagineering’.

Walt begon met het aankopen van modeltreinen, in principe een vervolg op zijn model spoorwegennet dat hij in 1947 had aangelegd in zijn kantoor. Dat hij ver doorging in het uitwerken van zijn ideeën laat zijn privé spoorweg in de tuin van de Burbank studio zien: ‘Walt’s Carolwood Pacific Line’. Dit project bestond uit een locomotief uit 1870 met wagons, gebouwen, bomen en een muur c.q. afscheiding zodat de buren geen last zouden hebben van zijn hobby. Walt speelde zelf de machinist van zijn miniatuurtrein waarvan de try-out met kerst 1949 plaatsvond. Hij had veel tijd en energie gestoken in de bouw van zijn tot in perfectie uitgewerkte treintjes en nodigde dan ook gasten uit voor feestjes waar zij het treintje mochten rijden. (Zie fig. 5).

Figuur 5. Disney neemt surrealistische kunstenaar Salador Dalì mee voor een treintochtje op

zijn Carol Pacific Line, 1949.

Het was niet alleen Walt die in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw verzot was op oude treintjes. Het leek alsof iedereen spoorwegfreak was. De hype voor treinen was ontstaan door een drang van de Amerikanen om terug te gaan naar hun roots. De antieke Amerikaanse treinen zorgden voor een collectieve herinnering. De spoorweg industrie erkende de interesse voor oude treinen en organiseerde de Chicago Railroad Fair in 1948. De algehele sfeer was historisch romantisch, maar er werden ook futuristische modellen getoond. Aangezien Walt weer bijna overwerkt raakte, zond de dokter hem weer weg van de studio voor een tijdje. Walt bezocht de fair die een grote impact op hem achter liet over zijn idee van een combinatie van treinen, modellen en een park. Het sprak hem met name aan dat de trein de grenzen van de fair definieerde; dat de trein fungeerde als interne transport ader op de fair en dat de grote van de trein de uiteindelijke schaal bepaalde van de gebouwen langs de spoorweg. Elk gebied waar de trein doorheen reed, had haar eigen karakteristieken: Santa Fe had een Indian Village, New Orleans had The French Quarter en the Southwest had ranches met cowboys. In elke setting werd de illusie gewekt dat men zich ook daadwerkelijk daar bevond doordat er werkers in aangepaste kledij rondliepen en er restaurants waren die het aan de desbetreffende streek aangepaste eten serveerden. Het speciale, vernieuwende aan deze manier van tentoonstellen was dat er een samenvoeging was verkregen van de ervaring en de sensatie. Men kon de trein nemen en op één dag een tour maken door de meest schitterende plekken van Amerika. De eenheid van het tafereel die elke setting uniek maakte, gaf zo ook elke setting een plaats in het geheel van de geschiedenis beleven. De bezoeker werd onderdeel van de tentoonstelling en kon het tentoongestelde ervaren en er als het ware onderdeel van uitmaken.

Walt onthield dit concept en broedde het uit in andere vorm in het latere Disneyland waar er ook verschillende settings zouden zijn die de bezoeker totaal in de sfeer van die desbetreffende setting zouden brengen: Frontierland, Fantasyland, Adventureland en Tomorrowland. Hij zette zijn art director aan het werk (Ken Anderson) die historische idyllische interieurs moest tekenen van het Amerikaanse verleden. Het eerste interieur was de boerderij zoals uit zijn jeugddromen en was nagemaakt van een scène uit zijn eigen favoriete film ‘So Dear to My Heart’ uit 1949. (Zie fig. 6). Disney hield van de karakteristieken van Main Street en zijn oude boerderij die de oude tijden uit zijn jeugd in Marceline, Missouri weer deden herleven. Het eerste concept voor Disneyland dat in het eerste stadium nog Disneylandia werd genoemd, bestond uit modellen van gebouwen in een ideale, imaginaire, historische setting die de kijker zou moeten leren over de ontwikkeling van Amerikaanse ideeën omtrent werk, comfort, huislijkheid en urbanisme. Deze modellen zouden moeten voldoen aan standaard kenmerken: ze dienden kleurrijk, warm, sfeervol en gedetailleerd te zijn. Walt realiseerde zich dat hij het groots en professioneel moest aanpakken. ‘Walt was going to build Disneyland’.

De zoals eerder genoemde grote fairs die Walt positief geprikkeld hadden om het ideale ‘pretpark’ te creëren, waren niet de enige gebeurtenissen die hem er toe brachten een nieuw soort amusementspark te ontwerpen. In de jaren 30 waren Walt’s kinderen nog jong en moest hij op zondagen altijd mee naar pretparken voor kinderen die hij oersaai en niets voor ouders vond. Een reis in 1950 naar Kopenhagen’s ‘Tivoli Gardens’ en ‘Madurodam’ in Den Haag, zette hem uiteindelijk op het goede spoor. Het was geen goedkoop vermaak, zoals in de L.A. parken, maar opgezet in prachtige natuurlijke settings met goede restaurants, hoge standaard van hygiëne en veel milde vormen van amusement voor het hele gezin. In Madurodam zag hij miniatuur modellen van belangrijke Europese bouwwerken. Disney wilde niet alleen de kinderen vermaken met ponyritjes en schommels, maar hen ook wat leren over hun afkomst, de Amerikaanse geschiedenis.

Figuur 6. De filmset voor ‘So Dear To My Heart’, uit 1949. De setting herinnerde

Walt aan de landschappen uit zijn jeugd in Missouri.

Een kleurentekening van een van zijn vrienden en medewerkers Harper Goff, uit 1951, laat al een opbouw van een nieuw soort park zien waarin geen plaats is voor roller coasters en ‘cheap thrill fun seekers’. De tekening doet al sterk denken aan de uiteindelijke versie van Anaheim in 1955 bij de opening met Main Street, USA en Frontierland. Belangrijke punten benadrukte Walt steeds: het wordt geen doorsnee pretpark maar er komen nieuw soort attracties die fantasie en futurisme koppelen. Zoals ook al op de tekening van Goff te zien is, gaat het om bootjes door grachten langs scènes uit de Disneyfilms en sprookjes; ruimteschepen en submarine tours en natuurgebieden in de vorm van eilandjes waar men met trapbootjes naar toe kan gaan. (Zie fig. 7).

Rond deze fase namen steeds meer art directors en architecten deel aan het proces dat snel vorm aannam onder Walt Disneys leiding. Het park zou opgebouwd worden uit de volgende delen: Main Street, USA, Frontierland, Fantasyland, Tomorrowland en Adventureland. Disneys motto was: wanneer je in staat bent iets te bedenken, dan kan het ook gebouwd worden en de vorm volgt niet de functie of het verstand, maar het zijn de afbeeldingen en fantasie die tellen. Woorden waren niet zo belangrijk als tekeningen in de ontwikkeling van Disneyland. De ontwerpers dienden eindeloos de ontwerpen te herzien en hervormen totdat ze perfect zouden zijn.

Walt streefde perfectie na, omdat hij wilde dat er gebouwd zou worden voor het publiek. Architectuur diende in de eerste plaats voor de klant te zijn en geen visitekaartjes van de architecten. Gebouwen dienden een theatrale zorgeloosheid te hebben, gecombineerd met een verlangen naar het mooier maken van het alledaagse leven van de klant. Hij koos voor zijn eigen art directors als architecten: Ken Anderson, Harper Goff en Marvin Davis. Zij moesten Walt’s ideeën over o.a: Marceline, Missouri’s Midwestern Main Street met een kapper, postkantoor, gemeentehuis en wasserette, vertalen in tekeningen en maquettes, zoals de scènes op een filmset. (Zie fig. 8a, 8b, 9, 10).

Figuur 7. Eerste plan voor een pretpark Riverside Drive te Burbank, 1951.

Kleurentekening van Harper Goff.

Zij tekenden historische, veelkleurige, vage, denkbeeldige gebouwen met pittoreske façades. Uiteindelijk gebruikte Walt de tekeningen van alle drie de art directors om te komen tot een eindproduct. Het werd een mix van herinneringen, feiten, oude verhalen en vervaagde impressies die uitdraaiden op gebouwen met ouderwetse tierlantijntjes. Het ontwikkelen van Disneyland was een groot improvisatieproces waar veel verschillende plannen werden gelanceerd. (Zie fig. 11 t/m 13). Steeds weer werden de tekenaars aangespoord om opnieuw en groots na te denken. Er werd ook een onderzoeksbureau ingehuurd om te kijken waar het park het beste gebouwd zou kunnen worden. Walt was een groot voorstander van marketing research en publieke opinie waarin hij zelf een belangrijke bijdrage leverde, gezien het feit dat hij zoveel amusementsparken had bezocht. Het concept van ‘Wienies’ had hij bijvoorbeeld ontdekt in een ander park. Het zijn sterke verticale elementen om elke aparte sectie van het park te benadrukken. De visuele markeerpunten moesten bijzonder zijn, zodat de bezoeker beloond zou worden voor het er naartoe lopen. Eigenlijk een visueel snoepje voor voetgangers. (Zie fig. 14). Het kasteel in het midden van het park werd de ultieme Wienie: cruciaal voor de betekenis van de plaats en de ruimtelijke structuur. Het kasteel domineert het algemene uitzicht van het park vanaf Main Street. Het kasteel lokt, zodat men door Main Street, USA loopt, naar het centrale plein van het park en daar kan kiezen tussen allemaal avonturen van verschillende dimensies in tijd en plaats.

Figuur 8a. Marceline, Missouri’s Midwestern Main Street uit Walt Disneys jeugd.

Figuren 8b. Main Street façades, Marvin Davis, 1953.

 

Figuur 9. Spookhuis, Harper Goff, 1953.

Figuur 10. Harper Goff’s visie van Main Street, 1953.

Figuren 11, 12. Plannen Marvin Davis, 1953 voor een themapark.

Figuur 13. Concepttekening voor Peter Panland, Bill Martin, 1954.

 

Figuur 14. Gezicht op Main Street met op de achtergrond het kasteel als ‘Wienie’.

Op het moment dat er tientallen plannen op tafel lagen en de openingsdatum nog maar een jaar weg was, raakte het geld op. Disneyland had sponsors nodig en Walt kwam met een heel erg radicale beslissing: hij liet zijn vriend, de illustrator en schilder Herb Ryman, in één weekend tijd een totale plattegrond van Disneyland tekenen! (Zie fig. 15). Het moest een tekening zijn die de investeerders zou overtuigen van het nut van Disneyland. Herb tekende de plattegrond waarbij hij gebruik maakte van de bestaande plannen van Davis en Goff die hij aanvulde met de omschrijvingen van Walt’s attracties. Het meest duidelijk was het idee van het kasteel en Fantasyland, de overige attracties moesten nog helder gevormd worden in Walt’s hoofd. In oktober 1954 onthulde Walt in zijn eigen TV programma de definitieve versie van het kasteel met de ophaalbrug naar Fantasyland. (Zie fig. 16).

Figuur 15, 16. Boven: Disneyland in vogelperspectief (1954). Onder: Walt presenteert Disneyland op TV in 1954, wijzend naar tekening van het kasteel van Herbert Ryman.

Het kasteel werd getoond vanuit een laag perspectief, zoals je als bezoeker tegen het ‘gigantische’ kasteel aan zou kijken. De reden dat Walt de uiteindelijke plattegrond in slechts een weekend liet tekenen, was dat hij belangrijke afspraken had met geldschieters in New York en met de TV. Hij kon niet met woorden en vage plannen aankomen bij de besprekingen, want tonen van iets concreets, wist hij, zou leiden tot groter financieel succes. Sinds 1950 had Walt zijn eigen TV programma in zijn eigen onafhankelijke studio. Hij maakte voor ‘ABC TV Network’ TV series over de creatie van Disneyland en nieuwe Disneyfilms en in ruil daarvoor financierden zij het park. Walt was absoluut niet huiverig voor het nieuwe medium en begreep dat hij het juist nodig had om Disneyland van de grond te krijgen. Hij kon zijn plannen op TV laten zien aan de toekomstige potentiële kaartjes kopers, die niet helemaal naar Zuidcalifornië zouden komen voor een ‘gewoon’ pretpark. Hij had de TV nodig om de plattegrond van Herb Ryman te laten zien, evenals de uiteindelijke versie van het kasteel met de poort naar Fantasyland. Het was een fantastisch medium om te adverteren en om sponsors te werven. Elke TV show was georganiseerd rondom een menu van thema’s die correspondeerden met de delen van het park: Adventure-, Tomorrow-, Fantasy- en Frontierland. Elk land verwees naar een deel van het park dat in ontwikkeling was en daarbij kwam het centrale plein (the Hub) met het kasteel veelal aan de orde. Het centrale plein werd als zijnde praktisch gepresenteerd: het was het moment dat je alle kanten uit kan en als vanzelf kom je daar ook weer terecht. Op deze manier zou iedereen zich optimaal kunnen oriënteren en hoefde men niet onnodig veel te lopen. Alle visuele markeerpunten (wienies) van de landen zouden ook zichtbaar worden vanaf het middenpunt, zodat verwarring geminimaliseerd zou worden en de bezoeker zelf zou kunnen beslissen welke weg in te slaan. Een soort ‘zappen’ vanaf het centrale punt. Het centraal gelegen kasteel werd icoon van Disneyland en zelfs het logo van de Disneyfilms. Het park kende geen verplichte looproute en moest worden zoals de TV shows: een discontinuerende, narratieve attractie. Het narratieve karakter van de attracties waarbij de bezoeker zich de hoofdrol speler zou moeten kunnen wanen, was namelijk hetgeen Disneyland onderscheidde van alle andere parken. Met de TV als marketing tool, zat de plattegrond van Disneyland bij de opening al in het collectieve geheugen van de natie gegrift: trein, Main Street, USA, Hub & kasteel, de vier verschillende landen. Bij de opening op 17 juli 1955 was de TV media erbij in grote getale. (Zie fig. 15).

Uit bovenstaande tekst kunnen we concluderen dat Walt’s persoonlijke karaktertrekken van belang zijn geweest bij de vorming van de themaparken. Disneyland zonder Walt Disneys persoonlijke eigenschappen, zou nooit de (architecturale) vorm hebben gekregen zoals ze uiteindelijk heeft. Zijn voorliefde voor het in leven houden van zijn jeugdherinneringen bracht Main Street USA; Zijn enorme drang naar controle, (begon al vroeg met Mickey merchandising zelf in de hand houden en zelf architecten ‘maken’ van art directors), leidde in zijn ogen als enige oplossing naar de creatie van de ideale stad; Nastreven van technische perfectie en zelf alle werknemers opleiden zou leiden tot een perfecte combinatie tussen beeld, verhaal en enthousiaste werknemers: publiciteit opzoeken d.m.v. TV-shows waar plannen werden gevisualiseerd als het middel om te adverteren en sponsors te werven. Maar ook de hang naar comfort was al te vinden in de verbouwing van Burbank studio: bereikbaarheid middels een goed stratenplan, autovrij en een luxueuze persoonlijke werksfeer. Deze eigenschappen samen met zijn passie voor miniaturen, treinen en de zoektocht naar de ideale stad, uitgekristalliseerd in het perfectioneren van amusementsparken d.m.v. participatie en sensatie, leidde tot Disneyland! Maar wat is Disneyland? In de volgende paragraaf zullen de samenstellende delen aan de orde komen: Main Street, USA, Kasteel, Frontierland, Adventureland, Fantasyland en Tomorrowland.