This Land:
Geschiedenis van Disneys leven en themaparken

Places in this Land:
Disneys Levensverhaal
Ontstaan Eerste Themapark
De Universele Beeldtaal
De Ideale Stad
Vermaak-Architectuur
Progress City
EPCOT / Project X
Architecten Jet-Set

Previous Land:
Inleiding

Next Land:
Disneyficatie in de moderne samenleving en hedendaagse Westerse architectuur..

Back to the Hub

Architecten Jet-Set ontdekt Disneyland

Ondanks dat Disneyparken al een halve eeuw onder vuur staan van critici, gelden ze nog steeds als populaire vakantiebestemmingen. Al vanaf de opening in 1955 is Disneyland onderwerp van gesprek, gedachten en debatten over de (negatieve) effecten van massacultuur en consumptie. Vreemd genoeg wordt architectuur als een van de weinige aspecten wel positief bevonden door critici. De opening van EPCOT’s Futureland in 1982 droeg er toe bij dat Disneyarchitectuur meer aandacht kreeg. De parken waren niet meer in de eerste plaats interessant voor jongeren, want met de opening van EPCOT’s nieuwe technische innovaties, werden ouderen ook aangesproken. Het ‘real world urbanism’ zoals getoond in Futureland, kwam voort uit de oorspronkelijke plannen van Walt Disney voor een modelgemeenschap. Jong en oud konden er hun dromen en fantasieën, vormgegeven in architectuur, werkelijkheid zien worden. Walt Disney wilde ook het liefst dat zijn mensen van ‘Imagineering’ zouden samenwerken met gerenommeerde architecten. Hij had een negatief beeld van vele facetten van moderne Amerikaanse steden, zoals automobiliteit, suburbane saaiheid en het gebrek aan een gezellig stadscentrum. Daarentegen hield hij wel van de picturale architectuur van bijvoorbeeld het ‘Capital Records’ gebouw van Welton Becket in Los Angeles. Het hoofdkantoor van een platenmaatschappij, vormgegeven als een stapel langspeelplaten. (Zie fig. 40). De aspecten die Walt heel erg positief vond aan de stad, paste hij toe in de periferie van zijn parken waar fantasiegebouwen in de vorm van objecten ontstonden. Daar kon Walt stedelijke aspecten die hij als positief ervoer, herarrangeren naar een coherent straatbeeld. Dat was ook het voordeel dat Walt had ten opzichte van LA: het uit zijn parken filteren van negatieve aspecten en datgene dat hem aanstond herschikken. Walt’s plannen werden na zijn dood echter van tafel geschoven, maar met de komst van een nieuwe CEO of the company: Michael Eisner in september 1984 kregen die ideeën nieuw leven ingeblazen. Zodoende ontstond er in de periferie een samenhangend beeld van fantasievolle hotels, ontworpen door gerenommeerde architecten die ook werkten aan Main Street USA en EPCOT’s eerste plannen. Robert Venturi, Peter Blake en James Rouse werkten voor Disney en volgens James Rouse was "Disneyland het grootste stuk stedelijk ontwerp in de USA van heden".

De ommekeer in de themaparken in de jaren 80 van de 20e eeuw was tweeledig. Enerzijds werden er nu attracties ontworpen voor ouderen zoals Futureworld. Anderzijds stapte Disneys nieuwe voorzitter van het bedrijf, Michael Eisner, over van historiserende architectuur ontworpen door ‘Imagineers’ naar postmodernistische architectuur, ontworpen door de architecten jet-set. Op deze manier werd Disneyworld een proeftuin voor het postmodernisme hetgeen door de Disney Coorporation gezien werd als een krachtig wapen om de marktpositie te verstevigen. Het eerste plan was om alleen hotels te laten ontwerpen in Florida, maar dat werd al gauw uitgebreid tot bedrijfskantoren, entertainment centers en allerhande gebouwen voor woongemeenschap ‘Celebration’. In de eerste instantie werden architecten die voor Disney ontwierpen veracht door hun collega’s en critici, omdat ze het gek en sentimenteel vonden. Naarmate men echter de voordelen inzag van het experimentenlaboratorium voor architectuur, werd Disney een populaire opdrachtgever. Voorwaarde voor architecten die voor Disney ontwerpen is dat zij hun eigen stijl dienen te handhaven om vervolgens te koppelen aan de architectuurtraditie van Disney: waarbij een thema gekoppeld wordt aan het gebouw, zodat het als het ware een verhaal vertelt. De uiteindelijke hoofdfunctie van architectuur is visueel vermaak en de bezoekers aanzetten tot consumeren. Er wordt met andere woorden nieuwe architectuur ontworpen die voldoet aan de global economy. Negatieve reclame probeert de volkomen door media en consumptie geïndoctrineerde Disney Company te mijden door de parken volledig te controleren. Ze wil niet onder het etiket ‘massatoerisme’ vallen, maar liever in de bekendheid staan als een ideale sterk ge-urbaniseerde nederzetting. Disneys architectuurconcepten worden in de eerste instantie getoetst op verhalende kwaliteit en dienen van hoog niveau te zijn om mee te kunnen draaien in de wereld van de markteconomie. Op deze wijze wordt architectuur gekoppeld aan consumptie, openbare ruimte en kunst en gebruikt als een mechaniek om Disneys (reclame) boodschap over te brengen: ‘Be happy and consume!’.

Architecten die lange tijd veracht werden om hun kitsche ontwerpen vonden nu heil bij Michael Eisner, de CEO of the Disney Company en patroon van postmoderne architectuur. Het gaat daarbij om beroemde architecten met prestigieuze werken op hun naam, zoals Robert A Stern, Michael Graves, Robert Venturi, Arata Isozaki, Frank Gehry, Aldo Rossi en Architectonica. De meest surreële expressies van Disneyarchitectuur zijn de hotels van Michael Graves in Orlando, Florida: ‘The Swan’ en ‘The Dolphin’ uit 1987. (Zie fig. 41a, 41b, 42). Het golvende dak van het Zwanenhotel is op alle hoeken versierd met gigantische decoraties van zwanensculpturen van 15 meter hoog. Grote sculpturen van schelpen en kelken spuiten water en een kleurrijke circusachtige entreetent versiert het exterieur met een decoratieve overvloedigheid. De interieurs zijn haast nog rijkelijker gedecoreerd waar alles aangeraakt lijkt te zijn door het thema ‘dolfijn’ of ‘zwaan’. De interieurs zijn totaal aangekleed in het desbetreffende thema. Dit betekent dat ze gedecoreerd zijn met planten, fonteinen, draperieën, zuilen, papyrussen en deurknoppen in de vorm van o.a. tekenfilmvisjes. De Disneyrealiteit is van kracht want niets is wat het lijkt te zijn: planten en water alles is gemaakt van hout, plastic, fiberglas en andere moderne, minder onderhoudsintensieve materialen. Graves koos voor een ontwerp dat enerzijds teruggrijpt op de omgeving waarin het gebouwd is, het golvende dak vormt een verwijzing naar het moeras van centraal Florida en de pastelkleuren, turkoois, koraal en roze, zijn zoals de meeste gebouwen in Florida. Anderzijds ging hij helemaal op in het thematiseren, door alles tot in detail te ontwerpen. De borden in de restaurants, de vloerbedekking, het behang, de gordijnen en lichtbronnen zijn allemaal in zwaan- en dolfijnsferen ontworpen. Tevens liet Graves zich inspireren door de architectuurgeschiedenis. De levensechte sculptuurfonteinen had hij naar ontwerp van de beroemde 17e eeuwse Italiaanse architect Lorenzo Bernini gemaakt. Bernini had in Rome fonteinen met levensechte dramatische beelden ontworpen. Graves voegde architectuurgeschiedenis en locale tradities samen met het Disney thematiseren. Graves ontwierp ook het exterieur en interieur voor een ander fantastisch Disneygebouw. ‘Disney Corporate Headquarters’ in Burbank, Californië. Een typisch kantoorgebouw met een klassiek tempelfront waar de Zeven Dwergen als kariatiden opgesteld staan om de dakpartij te steunen. Het historiserende effect wordt mede verkregen door een pergola voor het gebouw zoals een Romeinse zuilengalerij. (Zie fig. 43). De architect laat zien dat elk cultureel icoon geschikt is voor amusement en totaal geïncorporeerd kan worden in zijn eigen scala van vormen. Michael Graves ontwierp weer een fantasiethema tot in detail.

Figuur 40. Welton Becket, Capitol Records Tower, Hollywood, Californië, 1954- 1955.

Figuur 41a, 41b, 42. Dolphin en Swan Hotel, Michael Graves, Walt Disney World, 1987.

 

 

Figuur 42. Swanhotel, Michael Graves, Walt Disney World, Lake Buena Vista, Florida, 1987.

 

 

 

Figuur 43. Team Disney Building, Michael Graves, Burbank, 1987.

Fig. 44a, b. YachtClub Hotel, New Port Bay Hotel, Robert Stern, 1988. Disneyland Parijs.

Robert Stern heeft echter ook vijf themahotels ontworpen in historiserende stijl: ‘The Yacht Club’, ‘Beach Club’ en ‘The Board Walk’ in Disneyworld Florida en ‘Newport Bay’ en ‘Cheyenne’ in Disneyland Parijs. De ‘Yacht & Beach Club’ zijn beiden gelegen aan een aangelegd meer en gebouwd in 19e eeuwse Victoriaanse oostkust vakantieoordstijl met identieke plattegronden en materiaalopbouw. Het nephout voor het exterieur bestaat uit Werzalite (=gelijmd houtzaagsel) en fiberglasbekleding voor kroonlijsten, zuilen, relingen en franjes. Typische materialen die in het warme en vochtige klimaat in Florida weinig onderhoud behoeven en met name de tand des tijd doorstaan. Men hoeft niet bang te zijn voor verweerd hout of bladerend pleisterwerk. Er wordt alles gedaan om de perfectie van het imago na te streven. (Zie fig. 44a, 44b). De Japanse avant-garde architect Arata Isozaki ontwierp het gebouw voor ‘Team Disney Building’, Orlando, Florida in 1991 met ‘tijd’ als thema (Zie fig. 45). Hij koppelde twee lange grijze kantoorvleugels met een grote carnavaleske kleurentoren in het centrum die als een grote trechter naar de hemel gericht staat. Het interieur functioneert daardoor als een enorme zonnewijzer die tevens het dak vormt van een groot atrium waar alle kantoren zich bevinden. Door de open ruimte kan nauwelijks privacy genoten worden, hetgeen past in het controlesysteem van Disney. Isozaki’s ontwerp won in 1992 Disneys eerste grote architectuur prijs: ‘The National Honor Award’ van het Amerikaanse Instituut van Architecten. Niet alleen in Disneyworld Orlando, Florida werd door architecten gebouwd, ook in Disneyworld Parijs werden in 1992 een tiental themahotels ontworpen. ‘Disneyland Hotel’ als groot entreehotel ontworpen door Imagineers in samenwerking met Wimberly, Allison en Tong & Goo (Zie fig. 46); ‘Western Resort’ van de Franse architect Antoine Grumbach die grotere uitvoeringen ontwierp van lodges zoals die zich in National Parks als Yosemite bevinden; ‘Newport Bay Club’ naar ontwerp van Robert Stern; ‘New York Hotel’ van Michael Graves dat met vijf torens en een schaatsbaan voor het hotel naar wolkenkrabbers en Rockefeller Center in de winter verwijst (Zie fig. 47); ‘Hotel Santa Fe’ van Antoine Predock en ‘Hotel Cheyenne’ van Robert Stern, zijn twee hotels die in het thema staan van het Amerikaanse zuidwesten. Op een enorm parkeerterrein staan pick-up trucs voor een drive-in moviescreen met het portret van Clint Eastwood met veel neonreclame. Saloons met houtenfaçades zoals backlots voor filmsets en rose Indianen ‘Adobe’ woningen maken ook deel uit van de zuidwesternhotels. Alle natuurlijke materialen zijn nagebootst door middel van synthetische materialen. (Zie fig. 48, 49a, 49b). Een belangrijk verbindend element van het park met de hotels werd ontworpen in de trend van een entertainmentcenter ofwel winkelstraat van de hand van Frank Gehry. Hij had nooit eerder voor The Disney Company ontworpen en koos voor een abstracte zuilengalerij met veel roestvrij staal voor een glimmend en glitterend effect. (Zie fig. 50, 51). Middels deze themahotels en overige gethematiseerde architectuur en geprogrammeerde versies van geschiedenis, probeert de Disney Company de bezoekers onder een toeziend oog tot consumeren aan te zetten. De architectuur is plezierig, levendig, charmant en opzienbarend en gegoten in een mix van geschiedenis en vernieuwing.

Figuur 45. Arata Isozaki &Associates, Team Disney Building, Orlando, Florida, 1991.

 

 

Figuur 46. Entreehotel ‘Disneyland Hotel’, Disneyworld Parijs, 1992, Wimberly, Allison en Tong & Goo in samenwerking met Disney Imagineers.

Figuur 47. Hotel New York, Michael Graves, Disneyland, Parijs, 1991.

Figuur 48. Santa Fe Hotel, Antoine Predock, Disneyland Parijs, 1990.

Figuur 49a. Cheyenne Hotel, Robert Stern, Disneyland Parijs, 1990.

Figuur 49b. Cheyenne Hotel, Robert Stern, Disneyland Parijs, 1990.

Figuur 50. Frank Gehry’s Festival Street, die het park met de hotels verbindt, Disneyland, Parijs.

Figuur 51. Frank Gehry’s Festival Street, die het park met de hotels verbindt, Disneyland, Parijs.