This Land:
Inleiding

Next Land:
De Geschiedenis van
Disneys Leven
en Themaparken
.

 

Back to the Hub

Architecten en stedebouwers in Disneys droommachine:

Wordt de wereld een replica van Disneyland?

Tijdens een verblijf van zes maanden in Amerika werd ik geconfronteerd met verschillende vormen van shoppen en entertainment. Mijn langste verblijf was in Phoenix, Arizona, alwaar ik een stage liep bij het Phoenix Art Museum. Verschillende uitstapjes naar Las Vegas, Universal Studios, Hollywood en een deel van Disneyworld (EPCOT) in Orlando, Florida, maar ook de verschillende shoppingmalls in Phoenix, zetten mij aan het denken over het fenomeen massavermaak en consumptie en de wijze waarop dat conceptmatig wordt vormgegeven. Het meest bizarre vond ik dat de vermaakcentra zich in geen enkele Amerikaanse stad in het stadshart bevinden, zoals in Nederlandse en eigenlijk alle Europese steden. Amerikaanse steden lijken geen stadshart te hebben. Ik vroeg me af waar men naar toe gaat vanuit suburbia of downtown om inkopen te doen en om gezelligheid te vinden bijvoorbeeld op terrasjes? Het werd mij al gauw duidelijk dat de ‘nieuwe wereld’ het startpunt is geweest van een nieuwe stedelijke vermaakindustrie, zoals we dat nu steeds meer over de hele wereld terug zien. Er zijn allemaal artificiële centra gecreëerd waar vermaak en consumptie sterk met elkaar verbonden worden. Elke Amerikaanse stad heeft een paar shoppingmalls en Urban Entertainment Centers waarvan de modernere veelal voorzien zijn van bars, bioscopen, restaurants, kinderspeelplaatsen en natuurlijk een groot aanbod van winkels. Eenmaal terug in Nederland hervatte ik colleges van prof. dr. E. R. M. Taverne, over het fenomeen Disneyficatie, hetgeen precies datgene is waar ik mij zo over had lopen verbazen tijdens mijn verblijf in Amerika. De colleges, tezamen met de vermaakcentra die ik het afgelopen jaar heb gezien als reisleidster in verschillende steden (Leipzig, Dresden, Florence, Pisa), hebben mij doen besluiten te onderzoeken waar het fenomeen van de nieuwe vermaak- en shoppingindustrie vandaan komt en hoe het heeft kunnen uitgroeien tot een wereldwijd fenomeen. Ook in Nederland kwam ik overal entertainment en consumeercombinaties tegen, zoals in de Koopgoot in Rotterdam en de Megastores in Den Haag. Ineens leek de hele wereld op een pretpark waar iedereen alleen maar vermaakt wil worden en lekker onbezorgd kan consumeren. Het achterliggende concept wilde ik onderzoeken, hetgeen afkomstig blijkt te zijn van de Amerikaan Walt Disney, die in de 20e eeuw een concept heeft ontwikkeld voor themaparken en de ideale stad waar men zich onbezorgd kan consumeren en laten vermaken. Deze scriptie handelt over Walt Disney, de persoon, zijn dromen, maar ook over zijn ideeën voor de ideale stad en themaparken en de uitwerking daarvan. De impact en invloed van Disneys themaparkconcept op de moderne hedendaagse wereld zijn groot. In bijna alle onderdelen van de maatschappij sijpelt Disney door. Disneyficatie lijkt een nieuwe levensbeschouwing. Wat was er nu zo bijzonder aan Disneys ideeën en hoe zien we dat terug in de tastbare wereld om ons heen? Met andere woorden: wat is ' Disney denken ' en wat is de invloed daarvan op architectuur en stedebouw? In dit onderzoek staan Disneys themaparken en haar architectuur en opbouw centraal. Wanneer eenmaal duidelijk wordt wat het fenomeen inhoudt, kan zij gereflecteerd op de huidige maatschappij. Waar vinden we het fenomeen terug en in welke vorm?

Constateren blijkt eenvoudig, maar wat is de impact van deze constatering op de wereld van de huidige architectuur en stedebouw? Is de hele wereld in de ban van Disney? Wat is het gevolg van de Disneyficatie van ons leven en wonen we binnenkort allemaal in een vermaakcity waarin alles keurig geregeld is? Wat gebeurt er met de vorm en functie van gebouwen en van steden? Wat zijn de nieuwe stedelijke principes van openbare ruimte en publieke architectuur als kunst- en consumptie-industrie de draaiende motors zijn? En hoe zien die principes er uit? In andere woorden: in welke mate is het verschijnsel Disneyficatie een wereldwijd ontwerp en wat is het achterliggende concept? Gaat de ‘Global Disneyfication’ gepaard met nieuwe stedelijke principes van openbare ruimte en publieke architectuur en wat heeft dat te betekenen voor de functie en vorm?

Dit wordt een onderzoek naar de gestelde vragen. De scriptie begint op het moment waarop Disney startte in 1954 (of zelfs geboren werd in 1901) tot het punt waarop Disney niet weggedacht kan worden uit de moderne samenleving: de contemporaine wereld. ‘Everyone is going to have to deal with Disney’. Het onderzoek bestaat uit twee delen. Ten eerste de geschiedenis van Walt Disney, zijn themaparken en zijn ideeën over de ideale stad, hetgeen besproken zal worden in hoofdstuk een. Ten tweede Disneyficatie in de moderne samenleving, zoals zij formeel tot uiting komt in de hedendaagse westerse architectuur. Voordat er dieper ingegaan wordt op de formele uiting, wordt in hoofdstuk twee vooraleerst onderzocht wat de tendensen en denkbeelden zijn in de theorie over postmoderne architectuur en het verschijnsel Disneyficatie daarbinnen. In hoofdstuk drie en vier wordt vervolgens de onstuimige opkomst van Disney-architectuur en haar formele kenmerken besproken aan de hand van een Nederlands en een Amerikaans architectonisch concept. Winkelunit Rotterdamse Beurstraverse ofwel ‘Koopgoot’ van de Architecten Cie met Pi de Bruijn als hoofdarchitect, dat geopend werd in 1996, doet dienst als het Nederlandse voorbeeld van een postmodern complex. Sony’s Entertainment Center ‘Metreon’ in San Francisco van de architecten SMWM (Simon Martin-Vegue Winkelstein Moris) en Gary Edward Handel & Associates, laat een kersvers gedisneyficeerd complex in Amerika zien, hetgeen werd geopend in oktober 1999. Steeds dezelfde facetten spelen bij het onderzoek een belangrijke rol, zoals de voorgeschiedenis, projectstructuur, de doelen van de projectontwikkelaars en de context van het project in de omgeving.

In hoofdstuk een wordt de geschiedenis van Disneys themaparken en ideale stad behandelt. Hoofdstuk twee zal dieper ingaan op het fenomeen Disneyficatie en op de theorieën en ideeën over postmoderne architectuur. Vervolgens zal in de hoofdstukken drie en vier aandacht besteed worden aan de Amerikaanse en Nederlandse voorbeelden van postmoderne architectuur (Metreon en Koopgoot) en de formele en contextuele eigenschappen daarvan. Tenslotte zullen in hoofdstuk vijf, aan het einde van de scriptie, conclusies kunnen worden getrokken. Leven we echt in een wereld als een themapark? Zonder dat we het doorhebben lijken de multinationals ons in hun grip te hebben. Geruststellende, historiserende architectuur laat ons veilig, prettig en belangrijk voelen, waardoor we met een glimlach op ons gezicht ervaringen en producten consumeren…